De rol van steden in de nieuwe deal voor de natuur

In de rubriek 'gespot' vindt u relevant nieuws m.b.t. de Nationale Klimaat Expo.

Wereldwijd neemt de biodiversiteit af en verslechtert de kwaliteit van de natuur. De meeste biodiversiteitsdoelen die landen binnen de Verenigde Naties voor 2020 overeen waren gekomen, zijn dan ook niet gehaald. Al zijn er enkele uitzonderingen, zoals het biodiversiteitsdoel om 17% van het landoppervlak wereldwijd te beschermen. Dat concludeerde het IPBES in 2019, het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem.

Het IPBES-rapport heeft echter ook een positieve boodschap. Alternatieve ontwikkelingstrajecten waarbij de natuur wordt beschermd, hersteld en duurzaam wordt gebruikt, zijn mogelijk. Via deze trajecten wordt tegelijkertijd bijgedragen aan het bereiken van andere duurzame ontwikkelingsdoelen zoals het aanpassen aan klimaatverandering, het vergroten van de voedselzekerheid en het waarborgen van gezonde steden en schoon water. Deze ontwikkelingen zijn echter alleen mogelijk als er transformaties plaatsvinden in economische, sociale, politieke en technologische systemen om de onderliggende oorzaken van het verlies aan biodiversiteit aan te pakken.

De rol van steden in de nieuwe deal voor de natuur​

De wereldbevolking woont grotendeels in of nabij steden (momenteel rond de 55%) en de verstedelijking zal, wereldwijd, naar verwachting doorzetten. De manier waarop steden worden ontwikkeld, ingericht, bewoond en gebruikt, is van invloed op de aard en omvang van het biodiversiteitsverlies en -herstel. Door de natuur te herstellen, valt in steden ook veel te winnen voor mensen – van het aanpakken van klimaatverandering tot het verbeteren van de gezondheid en hun fysieke, mentale en sociale welzijn. Wereldwijd is er een groeiend aantal initiatieven waarbij natuur wordt ingezet om steden gezonder, vitaler en aantrekkelijker te maken. Een deel van deze initiatieven draagt rechtstreeks bij aan het behoud en herstel van de biodiversiteit binnen de stadsgrenzen, terwijl andere op meer indirecte wijze bijdragen. Om de bijdragen van steden aan natuur-positieve ontwikkeling te vergroten, zijn fundamentele veranderingen nodig in de ontwikkeling van infrastructuur, zoals groenvoorziening en watersystemen. Daarvoor bestaat geen blauwdruk. Het wordt de opgave voor stedelijke beleidsmakers om natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke infrastructuur gangbaar te maken, onder meer via regelgeving en financiering, en om daarbij ruimte te bieden aan maatschappelijke initiatieven. Bij de biodiversiteitsonderhandelingen van de afgelopen jaren kwam de rol van steden al regelmatig naar voren. In Montreal kunnen landen het momentum benutten om een stedelijk perspectief te verankeren in het post-2020 Global Biodiversity Framework.

Bron: Klimaatweb (lees hier het volledige artikel)